De individualiteit – een hogere bron in ons
Geplaatst op: 16-09-2006
Als we de sterren beschouwen en onze geest wordt vervuld van de grootsheid van het heelal en we denken dan aan onze eigen kleine persoonlijkheid, worden we ons bewust van de nietigheid en vergankelijkheid hiervan en kunnen we zien wat een onbelangrijke rol zij in het universum speelt.
Dat deel van onze natuur dat op die manier in staat is zich terzijde te stellen en zich de vergankelijkheid van zijn voertuig te realiseren is geen deel van dit voertuig. Het behoort tot de blijvende kant van ons wezen.
We zijn ons bewust van ons eigen bestaan als het ik–ben–ik of het menselijke ego waarvan de identiteit gedurende ons hele leven niet is veranderd. We weten dat dit ego zelfs in onze waaktoestand iets anders is dan het lichaam, het hersenverstand, het geheugen en de gevoelens, want we weten dat het zich afzijdig kan houden en al deze dingen kan waarnemen, leiden en beheersen. Het moet daarom zelfs nu een bestaan hebben dat onafhankelijk is van al deze wisselende stromen binnenin ons, en als het dat nu heeft, terwijl het is belichaamd, kan het ditzelfde onafhankelijke bestaan behouden nadat deze veranderde aspecten bij de dood zijn verdwenen.
Wanneer we de banden voelen die ons met onze medemensen verbinden, is dat omdat iets van onze medemens zich ook in ons bevindt.
Als we ons verbazen over de wonderen van het heelal en we ons, hoe zwak ook, openstellen voor het oneindige om ons daarvan een voorstelling te maken, is dat omdat er iets van het universum en de oneindigheid in onszelf is.
Lees verder op
Bron: http://www.theosofie.net/... - Nils A. Amnéus