U bevindt zich hier: Home > Artikelen > Parapsychologisch Reïncarnatie Onderzoek

Parapsychologisch Reïncarnatie Onderzoek

Geplaatst op: 20-02-2007

Eén van de hoofdgebieden van het wetenschappelijke onderzoek naar leven na de dood is het onderzoek naar mogelijke herinneringen aan vorige levens. Het ligt aan je definitie van parapsychologie of reïncarnatieonderzoek een parapsychologisch deelgebied is of niet.

De term reïncarnatie is de laatste decennia veel bekender geworden dan voorheen, mede door een stortvloed aan New Age–literatuur. Oorspronkelijk is het woord afgeleid uit het Latijn, om precies te zijn van reincarnatio. Dat is als volgt samengesteld: re (opnieuw) + incarnatio (vleeswording of indaling in den vleze). Het woord reïncarnatie wordt meestal in de letterlijke zin gebruikt. Een ziel, geest of levensprincipe zou daarbij een nieuw aards lichaam aannemen nadat zijn vorige lichaam dood was gegaan. Het gaat doorgaans om een embryonaal, foetaal of babylichaam. Als een ziel of geest incarneert in een ander organisme dat al langer bestond, spreekt men van bezetenheid of ook wel postnatale reïncarnatie. Wat er vervolgens onder een ziel, geest of levensprincipe wordt verstaan, hangt af van je algemene visie op het vraagstuk van de persoonlijke identiteit (zie 1.4).

Sommige stromingen die in reïncarnatie geloven zien het als een wedergeboorte van (tenminste een deel) van een persoonlijke ziel of geest. Dat wil zeggen dat mensen zelf geestelijk gezien vorige levens hebben gehad en de dood ook persoonlijk zullen overleven. Deze personalistische positie hoort bijvoorbeeld gedeeltelijk bij het hindoeïsme, maar ook bij het jaïnisme, het kardecisme en de joodse Chassidim. Volgens deze opvatting is een baby een in feite een oude persoonlijke ziel in een jong lichaam die slechts aan een nieuw leven begint, zonder daarmee ook een andere, nieuwe persoon te zijn.

Met name veel boeddhistische stromingen en westerse bewegingen die daardoor beïnvloed zijn, hangen een impersonalistische visie op reïncarnatie aan, die ook wel bekend staat als anatta–leer (anatta = geen ziel). Volgens deze visie bestaat er tijdens het aardse leven al geen echte persoonlijke ziel of geest en daarom kan deze de dood ook niet overleven of reïncarneren.

Bij naturalistisch onderzoek probeert men in het algemeen spontane gevallen te verklaren aan de hand van de beschikbare gegevens. Sommige experimentele onderzoekers kijken neer op naturalistisch onderzoek, omdat men daarbij niet alle variabelen vooraf kan controleren. Ze duiden goed gedocumenteerde gevallen (case studies of case histories) nog wel eens aan als niet meer dan anecdotes, terwijl dat nu juist verhalen zijn die niet goed onderzocht en gedocumenteerd zijn.

Bij reïncarnatieonderzoek kunnen we nu eenmaal niet alle variabelen onder controle hebben en zijn we daarom hoe dan ook aangewezen op een grondige studie van het bewijsmateriaal. De werkwijze lijkt op de methoden van de geschiedgeschrijving, archeologie of antropologie.

Iemand die alleen experimenteel onderzoek serieus neemt als bron van wetenschappelijke kennis of theorievorming, kan dus niets aanvangen met het naturalistische reïncarnatieonderzoek. Maar dat ligt meer dan aan zijn opvattingen van wat wetenschappelijk is, dan aan de kwaliteit van het onderzoek zelf. Lees het artikel op:

Bron: http://www.parapsy.nl/ite... - Drs. T.P.M. Rivas